Pluspunten
|
| Design en uitstraling |
| Fenomenale prestaties |
| Comfort langere afstand |
Minpunten
|
| Zichtbaarheid rondom |
| Vleugeldeuren: leuk maar larie? |
| Beperkt dagelijks bruikbaar |
Concurrenten
|
| Porsche 911 Turbo S 177.386 euro |
| Aston Martin DBS 243.750 euro |
| Ferrari F599 GTB F1 255.262 euro |
| Audi R8 V10 147.030 euro |
In het heetst van de milieuhype
pakt Mercedes uit met
een van de hotste supercars
van de voorbije jaren. De SLS
AMG volgt de SLR op en toont
aan dat er bij Mercedes nog
genoeg ingenieurs zijn bij wie
benzine door de aderen
stroomt. Wij zoeken uit of de 185.251 euro kostende SLS AMG nog meer te bieden
heeft dan enkel spectaculaire
deuren.
Instappen. Al meer dan 100 jaar doen
we dat op dezelfde eenvoudige
manier: deur openzwaaien, instappen,
deur dichtklappen, vertrekken.
Simpel, geen hond die er aan denkt
om dat te veranderen. Of toch? Rolls-
Royce haalde de sinds de jaren ’60
verboden zelfmoorddeuren van
onder het stof en Lamborghini laat
zijn deuren graag naar boven openzwaaien.
Maar voor de rest is er in de
wereld van autodeuren nauwelijks
dissidentie te bespeuren.
Vleugeldeuren
Tot nu. Mercedes blaast de vleugeldeuren
van de legendarische 300SL
uit de jaren ’50 nieuw leven in. Nochtans
was dat niet de bedoeling, want
aanvankelijk kreeg de SLS conventionele
deuren. Tot een losgeslagen
designer iets anders in zijn krollen
kreeg. Of de nieuwe SLS AMG ook
zo’n icoon wordt - voor een 300SL
wordt tegenwoordig een half miljoen
euro neergeteld - moeten we nog
afwachten. Aan uw favoriete terras
steelt u alvast de show. Als u zich tenminste
houdt aan een aantal afspraken.
Instappen gebeurt immers volgens
een welomschreven procedure:
deur openzwaaien, vervolgens je
rechterbeen in de auto zetten, dan de
deurkruk beetnemen, je zitvlak in de
kuipstoel laten zakken en de deur
mee naar onder trekken, dan je linkerbeen
over de drempel hijsen en
tenslotte de deur dichtgooien. Als dat
van de eerste keer lukt, staat niets
nog een carrière bij Cirque du Soleil
in de weg.
Wie zich niet houdt aan dit scenario
slaat een modderfiguur of moet - nog
erger - de hulp inroepen van de medemens.
Besef wel dat de medemens
die zich dagelijks met een Opel verplaatst,
niet geneigd is om een praalhans
met een SLS te helpen in- of uit-
stappen. Jammer dat de deuren niet
elektrisch open zwaaien. Leuk detail,
als je de deuren opent met de
afstandsbediening, schuiven de
deurklinken automatisch naar buiten.
McLaren
Voor de ontwikkeling en de productie
van de opvolger van de exclusieve,
peperdure maar matig succesvolle
SLR ging Mercedes niet in zee met
het Britse McLaren maar met dochterbedrijf
AMG, dat instaat voor de
ontwikkeling en de productie van de
sportieve Mercedes-versies. Het
resultaat is een bolide die even spectaculair
voor de dag komt als de SLR,
maar half zo veel kost.
Ondanks de spectaculaire vleugeldeuren
is de SLS AMG een sobere
sportwagen. De neus is erg lang, met
vooraan het nieuwe radiatorrooster,
en de koffer kan voldoende bagage aan voor een weekendtrip met twee
(171 liter). Het interieur is al even
sober en functioneel, maar wel stijlvol
met leder afgewerkt. De middenconsole
bevat de typische Mercedesbedieningen
voor navigatie, airco en
hifi.
Op ergonomisch vlak zijn nog nauwelijks
verbeteringen denkbaar. Er is
in optie een stereo-installatie van
Bang & Olufsen verkrijgbaar (7.288
euro).
Helaas was ons testexemplaar voorzien
van de speciale en dure AMG-sportstoelen
(optie 4.073 euro) die
slechts beperkt afstelbaar zijn (naar
voor en naar achter). De sportstoelen - die ons lichaam
omknellen als krimpfolie - geven perfecte
steun maar zijn vooral geschikt
op het circuit en niet voor dagelijks
gebruik en op langere afstanden.
Nochtans heeft de SLS AMG alles in
huis voor langere ritten.
Hart
Onder de motorkap klopt het hart
van een topatleet. De 6.3 liter V8 is
goed voor 571 pk en heeft een indrukwekkend
maximum koppel van 650
Nm. Dat maakt de 1.600 kilogram
zware supersportwagen 317 kilometer
per uur snel. De sprint van 0 tot
100 kilometer per uur duurt amper
3,8 seconden. De acceleraties zijn
bloedstollend. Als een kanonskogel
schiet de SLS AMG vooruit. De klank
die daarbij door de V8 wordt geproduceerd
is angstaanjagend, vooral
voor anderen.
Opmerkelijk: de SLS
AMG is ruim 200 kilogram lichter
dan de SLR die nagenoeg helemaal
uit koolstofvezel was vervaardigd.
De ruime afmetingen - de SLS is 4,64
meter lang en maar liefst 2,08 meter
breed - maken van de SLS AMG geen
vlotte stadswagen. Bovendien is het
koetswerk verre van overzichtelijk en
is de zichtbaarheid naar achter
beperkt. Natuurlijk hebben we aan
het stuur van een dergelijke auto weinig
belangstelling voor wat zich opzij
en achter ons afspeelt.
Ballerina
Eenmaal op eenzame landwegen (ze
bestaan nog) verandert de SLS AMG
van een olifant in een ballerina. Door
de perfecte gewichtsverdeling laat
hij zich moeiteloos door de bochten
laveren. Dankzij de zeventraps halfautomaat
met dubbele koppeling zit
je altijd in de juiste versnelling. Of
beter gezegd: dankzij het overvloedige
koppel is het vrijwel onmogelijk
om de foute versnelling te kiezen.
Schakelen doen we automatisch of
manueel. Op het circuit kan ook het
ESP nagenoeg helemaal worden uitgeschakeld. Nuttige info voor de
wegenpolitie: een SLS AMG met uitgeklapte
kofferspoiler rijdt sneller
dan 120 kilometer per uur.
Ons testexemplaar
was ook voorzien van
koolstof remmen (11.725 euro),
vooral interessant voor mensen die
regelmatig het circuit opzoeken. Eenmaal
goed remmen en je lenzen,
kunstgebit en onderkin plakken
tegen de voorruit. We herinneren ons
de trommels van de 300SL uit de
jaren’50: dat was remmen zoals bij
de Flintstones.
Rest ons nog het verbruik. Mercedes
geeft een verbruik op van 13,2 liter
op 100 kilometer - 308 gram CO2 per
kilometer - maar wij verbruikten bij
een gematigde rijstijl ruim een liter
minder. Sportief rijden wordt natuurlijk
bestraft aan de pomp maar dat
nemen kopers van supersportwagens
er graag bij.
Voor de milieubewuste chauffeur
heeft Mercedes een elektrische versie van de SLS AMG ontwikkeld.
Beeld het je in: een SLS die alleen
maar zoemt als een bij. Belachelijk.
Guido Cloostermans
Bron: Magazine