Pluspunten
|
| Veelzijdig en ruim interieur |
| Modieuze gezinswagen |
| Zuinige dieselmotoren |
| Aanvaardbaar comfort |
Minpunten
|
| Lange en dure optielijst |
| Is dit nog een Mini? |
Concurrenten
|
| Dacia Duster 11.900 euro |
| Nissan Qashqai 19.500 euro |
| Skoda Yeti 17.990 euro |
| Toyota Urban Cruiser 17.860 euro |
Het cijfer vier speelt een
belangrijke rol voor de Mini
Countryman. Het is niet
alleen de eerste Mini met vier
deuren, het is ook de eerste
Mini die langer is dan vier
meter en de eerste met vierwielaandrijving.
Niet te vergeten:
de Countryman is het
vierde model van Mini.
U zoekt een BMW met veel ruimte op
de achterbank? Koop dan een Mini.
Het is misschien een beetje overdreven
maar de zitruimte op de achterbank
is wel degelijk erg riant, zeker in
vergelijking met een BMW 3-reeks.
De Mini Countryman meet 4,11
meter en dankzij de wielbasis van
2,95 meter kan de ruimte daartussen
optimaal benut worden, tot groot
plezier van al uw gezinsleden. Echt
Mini is de Countryman dus niet. Hij is
maar liefst 106 centimeter langer, 38
centimeter breder en 22 centimeter
hoger dan de originele Mini.
De achterbank van de gewone Mini is eerder een circusattractie, zo’n doos
waar dan een kleine maar flexibele
acrobaat in en uit kruipt. Omdat de
achterbank over een afstand van 13
centimeter naar voor en naar achter
geschoven kan worden, is de zitruimte
in de Countryman ronduit
riant. Je zit niet langer met je knieën
in je neus te peuteren. Instappen gaat
vlot.
De koffer is die naam voortaan waardig:
van 350 liter tot 1.170 liter als we
de achterbank helemaal plat leggen.
Achteraan is er de keuze tussen een
bank voor drie personen of twee
aparte stoelen. In het laatste geval
krijgen we van voor tot achter een
dubbele rail waartussen handige
accessoires bevestigd kunnen worden,
zoals brillendozen, armsteunen,
bekerhouders rommelvakjes.
Het dashboard is nog steeds het Mini-typische
rommeltje, met de grote
snelheidsmeter in het midden.
Vierwielaandrijving
De Countryman is de eerste Mini die
kan uitgerust worden met vierwielaandrijving.
Het systeem is niet afgeleid
van het xDrive van BMW maar
een eigen ontwikkeling met een elektrohydraulisch
gestuurde lamellenkoppeling
die het vermogen traploos
verdeelt tussen de voor- en achteras.
In normale omstandigheden wordt
het vermogen bij voorkeur naar de
voorwielen geleid, bij slipgevaar kan
maximaal 50 procent van het vermogen
naar de achterwielen.
De suv-look, met een hogere zitpositie
(7 centimeter) en kunststof sierpanelen
krijgen we gratis, voor de
vierwielaandrijving moeten we langs
de kassa (1.750 euro). Vermelden we
ook nog dat de vierwielaandrijving
alleen verkrijgbaar is op de Cooper D
en de Cooper S.
Wij reden met de Cooper S die
ondanks een meergewicht van 300
kilogram zijn Mini-feeling perfect
heeft weten te behouden. Dat kan
ook moeilijk, de 1.6 liter turbomotor
is goed voor 184 pk.
Het stuurgevoel is direct, de wendbaarheid
is zoals we bij een Mini verwachten,
het overhellen in bochten
blijft beperkt. Vergeleken met andere
compacte suv’s rijdt de Countryman
als een kart, vergeleken met een
gewone Mini heeft hij net iets te veel
drakenburgers naar binnen
gespeeld.
Het comfort is ook voor langere
afstanden aanvaardbaar als u de
negentienduims wielen links laat liggen.
Het verbruik bedraagt offcieel
6,7 liter op 100 kilometer maar ons
testverbruik lag daar boven.
Veelrijders kiezen voor de Cooper D
(111 pk) of voor de One D (90 pk).
De 1.6 liter benzinemotor is er zonder
turbo ook met 98 en 122 pk. De
optielijst is even lang als een speech
van Fidel Castro.
Prijzen
One: 20.600 euro
Cooper: 22.600 euro
Cooper S: 28.150 euro
One D: 22.200 euro
Cooper D: 24.350 euro
Guido Cloostermans
Bron: Magazine