Pluspunten
|
| Onevenaarbaar comfort |
| Onevenaarbare afwerking |
| Onevenaarbare luxe |
| Onevenaarbare duurzaamheid |
Minpunten
|
| Onevenaarbare prijs |
| Onevenaarbaar verbruik |
| Onevenaarbare afmetingen |
Concurrenten
|
| Geen |
Meer dan een eeuw geleden
beslisten de heren
Charles Rolls en Henry
Royce dat ze de beste auto’s
ter wereld zouden gaan
bouwen. Dat was geen loze
verkiezingsbelof te. De
heren kwamen hun belofte
na. Ook 105 jaar na de stichting maakt Rolls-Royce de beste auto’s ter wereld. Wij reden een week met de Phantom Coupé en stelden vast dat een week veel te snel voorbij gaat.
Of we zin hebben om een weekje met
een Rolls-Royce Phantom Coupé te
rijden? Normaal gezien zou de vraag
van de Belgische invoerder van het
Britse merk zijn gevolgd door een
spontane verbetering van het wereldrecord
hoogspringen uit stand.
Maar niet in dit geval. Wij rijden
namelijk niet graag met een Rolls-
Royce. Wij hebben een hekel aan
Rolls-Royce.
U wil weten waarom?
Heel simpel: iedereen die ooit met
een Rolls-Royce heeft gereden, of er nog maar heeft ingezeten, wil nooit
nog iets anders. Alle andere auto’s
worden dan belachelijk. Na een rit
met een Rolls-Royce zijn zelfs de
duurste versies van de Mercedes
S-klasse of BMW 7-reeks weinig
meer dan een speelgoedautootje,
een Dinky Toy. Het afscheid valt dus
zwaar, ook al zijn we eindelijk verlost
van de vraag: ‘Meneer, mag ik u eens
iets vragen?’
Geld maakt niet gelukkig,
denken we maar als we onze
oude Volvo in gang zwengelen.
Naar verluidt zijn eigenaars van een
Rolls-Royce erg gesteld op discretie.
Zij vallen niet graag op, zij afficheren
hun rijkdom liever niet. Eigenaars
van Rolls-Royces wonen achter hoge
omheiningen en lange opritten. Hun
vermogen zit veilig weggeborgen in
vennootschappen op de Kaaiman
eilanden.
En dus stelt zich de vraag: waarom
kopen zij dan in hemelsnaam een
Rolls-Royce? Wij hebben niet de
proef op de som genomen, maar wie in zijn blootje door de drukste winkelstraat
loopt, heeft minder bekijks
dan iemand die met een Rolls-Royce
door dezelfde straat rijdt. Een voorbeeld:
wij parkeren de Phantom
Coupé tegenover de Bank Delen. Toevallig,
echt waar. Het duurt geen tien
minuten of we krijgen een sms: “Je
geld gaan wegbrengen?” Zo onopvallend
is het leven dus met een Rolls-
Royce.
Bestuurders van een Rolls-
Royce moeten zich ook de nieuwsgierigheid
- opdringerigheid? - van
voorbijgangers laten welgevallen.
Waar we ook staan, iedereen kijkt naar ons. De stoutmoedigen beginnen
zelfs een gesprek. En onze lezers
kennen hun talen. Zelfs de Britse
nummerplaten op ons testvoertuig
schrikken hen niet af. We hebben
gelukkig ons lesje ingestudeerd. Een
gesprek aan een tankstation luidt een
beetje zoals volgt:
Vraag: “Nice car.”
Antwoord: “Doe maar in het Nederlands.”
Vraag: “Dure auto zeker?”
Antwoord: “Veel te duur.”
Vraag: “Vanwaar Engelse nummerplaten?”
Antwoord: “Firma is in Londen
gevestigd.”
Vraag: “En wat doet die firma?”
Antwoord: “Import en export.”
Vraag: “Van wat?”
Antwoord: “Lasergeleide wapensystemen.”
Meestal stokt het gesprek dan. We
willen nog uitleggen dat Iran en Libië
belangrijke klanten zijn, maar dat
vooral de export naar Libië de laatste
tijd wat is geminderd.
Wennen
Rijden met een Rolls-Royce is een
kwestie van wennen. Al is het maar
omwille van de afmetingen. De
Phantom Coupé is immers 5,61
meter lang. Dat is weliswaar 60 centimeter
korter dan de vierdeurs,
maar nog altijd meer dan een halve
meter langer dan speelgoedautootjes
als de Mercedes S-klasse.
Met een breedte van twee meter en
een hoogte van 1,59 meter is de
Phantom Coupé met niets anders
vergelijkbaar. We staan aan een stoplicht
langs een Volvo XC60 terreinwagen:
we zitten ongeveer even hoog. De Phantom Coupé is de eerste coupé
met de zithoogte van een 4X4.
De reacties van omstaanders zijn
voorspelbaar. Grote ogen, onderkaak
richtig begane grond en dan de
opmerking: “Wat is dat voor een
camion.”
Zij dwalen. Wie goed kijkt naar de Phantom Coupé en abstractie maakt
van de afmetingen, ontdekt een sierlijk
en elegant voertuig. De vloeiende
lijnen, de lange motorkap (landingsbaan
west, Zaventem) en het
klassieke radiatorrooster met de ‘spirit
of ecstacy’ maken van de Phantom
Coupé een elegante verschijning.
En wat ons vooral opvalt? Naarmate
we langer met de Phantom rijden,
lijkt hij te krimpen. Na verloop van
tijd transformeert het schier eindeloze
slagschip zich tot een merkwaardig
lichtvoetige auto die zich overal
moeiteloos door laveert.
Boulevards in het centrum van Brussel,
kleine dorpjes in de Ardennen,
snelwegen in Duitsland, allemaal
geen probleem. Vergelijk het met Miss
Piggy: nogal zwaar gebouwd, maar
een sierlijke ballerina als het eropaan
komt.
Parkeren
Maak u geen illusies: parkeergarages zijn niet de
natuurlijke biotoop van een Rolls en parkeren blijft
een karwei. Gelukkig worden we geholpen door
allerlei camera’s, zowel voor- als achteraan, en proppen
we de Phantom in de kleinste gaatjes. Gelukkig
hebben de meeste sterrenrestaurants een ‘voiturier’.
In tegenstelling tot tal van monovolumewagens,
waarbij je geen flauw idee hebt van de lengte
van de neus, is de neus van de Phantom heel overzichtelijk:
de Phantom eindigt namelijk daar waar
de ‘spirit of ecstacy’ staat. Heel eenvoudig.
Bagage
Je zou denken dat zo’n grote auto ook een grote koffer
heeft. Met 395 liter bagageruimte kan een picknickmand
of een golftas moeiteloos mee, maar daar
houdt het ook mee op. Hoeft ook niet: als eigenaar
van een Rolls-Royce beschikt u in Zuid-Frankrijk over
een volledige uitgeruste villa. De dubbele achterklep
kan wel als picknicktafel gebruikt worden.
Naar het containerpark? Neen. Ons testexemplaar is
voorzien van echte lamswollen tapijten en die zijn
niet alleen allergisch voor zonlicht en bijtende detergenten,
maar ook voor bouw- en tuinafval.
9 koeien
Het interieur van de Phantom
is een kunstwerk. We lezen
dat er de huid van negen
koeien in verwerkt is. Aan het
hout te zien, is er ook een heel
bos voor gekapt. Auto’s die
volledig met de hand worden
gebouwd, zitten doorgaans
veel minder goed in elkaar
dan auto’s die worden
gemaakt door robotten. Bij de
Phantom is dat niet zo. Hier is
een geavanceerde buitenaardse
beschaving aan het
werk geweest.
Het interieur is een kwestie
van wennen. Dat begint al bij
het instappen. De deuren
zwaaien naar voor open en
zwaaien elektrisch dicht. In
de deur schuilt een paraplu.
Altijd handig.
Bestuurders van een Rolls
willen wel alle moderne technologie,
maar willen daar
niet altijd mee geconfronteerd
worden. Dus zitten
navigatiesysteem, stoelverstelling
en andere snufjes
verborgen achter houten
paneeltjes en met leder
beklede dekseltjes. Een absolute
must: de dakhemel is
voorzien van ruim 1.500 ledlampjes
die de auto ’s nachts
voorzien van een bijna echte
sterrenhemel.
Even tanken
Zou een Rolls-eigenaar zich
interesseren voor het verbruik?
Waarschijnlijk niet. In
theorie verbruikt de
Phantom Coupé 15,7 liter op
100 kilometer. In ons geval
was dat 16 liter. Dat valt dus
best mee. Als we de 460 pk
wat meer laten draven,
komen we echter snel over de
20 liter.
In de tank kan ruim 100 liter
super. Tanken kan dus wel
even duren. Een stoeltje en
een krant komen dus van pas.
En de CO2-uitstoot? Who
Cares!
Drivers car
Rolls-Royce brengt de coupé vooral
als een ‘drivers car’ op de markt, een
auto waar de eigenaar ook zelf mee
rijdt. Dit in tegenstelling tot de limousine,
waarvan de bestuurder meestal
een pet draagt en een loon krijgt uitbetaald
dat met moeite de aanschaf
van een Ford verantwoordt.
Er was een tijd dat de ingenieurs van
Rolls-Royce erg discreet waren over
de prestaties van hun voertuigen. In
het vakje ‘vermogen’ stond dan steevast
‘voldoende’. Dat klonk natuurlijk
goed, zo’n typisch Brits understatement,
maar eigenlijk was dat vermogen gewoon niet om over naar
huis te schrijven.
Sinds begin van
deze eeuw hebben Duitsers het voor
het zeggen bij Rolls-Royce, en zoals
bekend scheppen Duitsers graag op
over hun technologische meesterschap.
Het verhaal doet de ronde dat toen
BMW na een ontluisterende overnamestrijd
met de VW-groep Rolls-
Royce in handen kreeg, de ingenieurs
voor deze indrukwekkende auto een
even indrukwekkende motor met
zestien cilinders in gedachten hadden.
Volgens datzelfde verhaal zouden er
zelfs enkele exemplaren gebouwd
zijn van die motor, kant en klare, rijdende
exemplaren, die nu ergens
onder het stof staan.
Waftability
Uiteindelijk kozen de ingenieurs
voor een V12, naar aloude traditie
met een cilinderinhoud van 6.750 cc.
De Phantom heeft een maximum vermogen
van 460 pk. Dat is tegenwoordig
geen recordwaarde, maar daar is
het de Phantom ook niet om te doen.
De indrukwekkende V12 is een
schoolvoorbeeld van soepelheid,
geruisloosheid en beschaving. Vergelijk
het met een butler, Hij is er wel
en hij doet zijn werk, maar eigenlijk
merk je hem niet. De motor van een
Rolls-Royce is niet het doel, maar het
middel.
Het dashboard bevat geen toerenteller.
Die is vervangen door een energiemeter,
die aanduidt hoeveel vermogen
er wordt gebruikt en hoeveel
vermogen er nog beschikbaar is. Bij
normaal gebruik is er nog voortdurend
80 tot 90 procent van het vermogen
beschikbaar. De energiemeter
heeft nog een andere functie: zien
of je de motor nu hebt gestart of niet.
De V12 wordt gekoppeld aan een
automatische zesbak. Wat bij het rijden
opvalt, is de moeiteloosheid of
de ogenschijnlijke nonchalance
waarmee alles gebeurt. De Engelsen
hebben daar een onvertaalbaar
woord voor: waftability.
Conclusie
Maar is de Rolls-Royce Phantom
Coupé echt wel een auto voor elke
dag? In principe wel. Hij is comfortabel,
voldoende ruim en extreem
duurzaam. Maar als je de Rolls elke
dag gebruikt, wordt hij een gebruiksvoorwerp
zoals een snelkookpan of
een stofzuiger en houdt autorijden
op een feest te zijn.
Je kan van een
Rolls-Royce alleen genieten als je ook
regelmatig wordt geconfronteerd
met de middelmatigheid van andere
auto’s.
Prijs: 487.061,30 euro (nvdr: zouden ze die 30 cent laten
vallen?).
Guido Cloostermans
Bron: Magazine