Veertig jaar geleden stond de nieuwe Rekord in de spotlichten bij Opel. De nieuwste generatie van de middelgrote auto uit Rüsselsheim werd in januari 1972 voorgesteld.
De Rekord D kreeg een loodzware erfenis mee: zijn voorganger, die in 1966 was gebouwd, was dus het eerste model van Opel in dit segment dat de kaap van het miljoen verkochte exemplaren (1,2 miljoen) overschreed. Bovendien werden er van de duurdere Commodore A 150.000 exemplaren verkocht. Na drie en een half jaar onderzoek en ontwikkeling werd de nieuwe generatie van de Rekord in januari 1972 onthuld.
Net als bij zijn voorganger waren er drie verschillende carrosserievarianten verkrijgbaar: de klassieke berline met twee of vier deuren, de sportieve coupé en een break met drie of vijf deuren. Voor handelaars en overheidsdiensten bood Opel ook een bestelwagenversie aan - een driedeurs break zonder de achterste zijruiten.
De motoren van de Rekord D waren verdere ontwikkelingen van de beproefde viercilindermotoren. Het nieuwe motorenaanbod omvatte een 1.7 liter motor met 66 pk, de S-motor met 83 pk en de 1.9 liter krachtbron met 97 pk. De Rekord werd standaard met een handgeschakelde vierbak uitgerust. De 83 en 97 pk sterke modellen konden optioneel met een drietrapsautomaat worden uitgerust.
Behalve de bestelwagenuitvoering en de modellen met een motor met 66 pk konden alle Rekords met de sportieve 'Sprint'-afwerking worden besteld. Die omvatte een matzwarte grille, een instrumentenbord met een toerenteller, een voltmeter en oliedrukmeters. Andere extra's waren het sportieve stuur, veiligheidsgordels, gasdrukdempers en 185/70 SR 14-banden. Zowel van de berline als voor de vijfdeurs break was een luxueuze variant verkrijgbaar. De Rekord Coupé was standaard met de premium 'L'-afwerking uitgerust.
Eerste diesel
In september 1972 vierde Opel een wereldpremière: voor het eerst in meer dan 70 jaar Opel-geschiedenis maakte de eerste personenauto met een dieselmotor zijn debuut bij het merk. De motor werd in juni 1972 voor het eerst in de Opel GT gebruikt. De viercilinder turbomotor met een vermogen van 95 pk bezorgde de Opel GT 20 internationale records en wereldrecords. De dieselmotor in de Rekord leverde een vermogen van 60 pk, verbruikte gemiddeld 8,7 liter brandstof per 100 km en haalde een topsnelheid van 135 kilometer per uur.
De Rekord 2100 D is onmiddellijk herkenbaar aan de motorkap, die in het midden een bolle vorm heeft. De dieselmotoren zijn hoger dan de benzinekrachtbronnen, doordat ze met een bovenliggende nokkenas en een gewijzigde cilinderkop uitgerust zijn.
Commodore B
Kort na de lancering van de Rekord D breidde de Commodore B vanaf maart 1972 het modellenaanbod naar boven uit. De carrosseriestijl is gebaseerd op de vorm van de Rekord, maar in tegenstelling tot die wagen is de Commodore B uitgerust met meer luxueuze functies en werd hij alleen met zescilindermotoren aangeboden.
De 2.5 liter S leverde een vermogen van 115 pk. Net daarboven positioneerde de Commodore GS zich met 130 pk. Toen de GS later verder werd ontwikkeld, werd hij met een 142 pk sterke 2.8 litermotor met dubbele carburateurs uitgerust. In september 1972 werd het vlaggenschip van de Commodore-familie gelanceerd: de 160 pk sterke GS/E. Die uitvoering was uitgerust met elektronische brandstofinjectie. De coupé haalde topsnelheden van 200 km/u, terwijl de vierdeurs berline 195 km/u haalde.
Millionär
Begin september 1976 rolde een goudkleurige Rekord berline als miljoenste model van de productieband. Naar aanleiding van de verjaardag werd een beperkte editie van het speciale 'Millionär'-model aangeboden met de premium 'Berlina'-afwerking plus de 100 pk sterke 2.0 liter S-motor, die sinds september 1975 verkrijgbaar was.
Wanneer in september 1977 het laatste voertuig van de Rekord-generatie zijn debuut maakte, hadden er al 1.128.196 exemplaren van de D-variant en 140.827 exemplaren van de Commodore B de productiehal verlaten.