Bill Harley werd in 1880 geboren in Milwaukee, Wisconsin, uit arbeiders-ouders die net uit het Engelse Manchester in de V.S. waren gearriveerd. Toen hij vijftien was vond hij als leerjongen werk bij een kleine fietsenmaker. Hij hield van het buitenleven en was goed in natuurgeschiedenis en tekenen.
Twee jaar later kwam hij als tekenaar-ontwerper in leerdienst in een kleine metaalfabriek. Niet toevallig was zijn schoolvriendje Arthur Davidson daar als modelmaker in de gieterij aan de slag. De familie Davidson was twintig jaar eerder uit het Schotse Aberdeen in Amerika aanbeland. De Davidsons waren echte Schotten.
Harley was gek op forelvangst en samen gingen ze elk weekend vissen op de talloze meren in de buurt van Milwaukee. Rond die tijd, ze waren nog geen twintig, dook in hun fabriekje een Duitser op die eerder in Parijs had gewerkt en schema's bij zich had van een De Dion-benzinemotor.
Prototype
Eerst knutselden ze een motor voor hun vissersbootje in elkaar. Dan, in de herfst van 1900, kwamen ze op het idee zo'n ding op een fiets te zetten. Maar het fietsframe was te licht. In de loop van 1902 haalde Arthur er zijn 26 jaar oude broer Walter bij, die al in een hele reeks spoorwegateliers had gewerkt. In de lente van 1903 hadden ze hun eerste prototype klaar. Het tuig haalde 37 kilometer per uur, maar op de hellingen op de erbarmelijke wegen rond Milwaukee, moest nog worden bijgetrapt. Dat kon natuurlijk niet.
Harley ontwierp een nieuwe en grotere motorfiets. En vader Davidson, een schrijnwerker, bouwde in zijn tuin een keet van 3 op 4,5 meter om de jongens in hun vrije tijd te laten knutselen. Bill Harley vond dat hij professionele vorming miste en trok in de herfst van dat jaar nog naar een technische universiteit. Walter Davidson gaf in de lente van 1904 zijn baan op om zich totaal op de motorfiets te storten.
Record
In 1904 verkochten ze drie motoren, die allemaal voor de helft op voorhand waren betaald. Ze hadden het geld van de kopers nodig om hun spullen te kopen. In 1905 brachten ze vijf motoren op de markt, in 1906 49, in 1907 152. Tegen die tijd sloot ook Arthurs oudste broer William zich bij hen aan.
In 1908 hadden ze 36 man in dienst en produceerden ze 456 machines. Dat jaar won Walter zelf een fantastische race met aan de start 84 piloten die 22 firma's vertegenwoordigden. Walter kreeg het record van 1.000 punten en een premie van vijf punten. Vijf punten dus boven het maximum. De makers van the 'The Silent Gray Fellow' ('de stille grijze kerel', omdat de motor zo zacht liep en de kleur van het frame grijs was) waren vertrokken.
Geen van allen werd echt oud. Eerst overleed William (in 1937, 66 jaar), dan Walter (in 1942, 66 jaar), in 1943 Bill Harley (63 jaar) en dan verongelukte Arthur samen met zijn vrouw, met een auto nog wel (in 1950, 69 jaar).
Marcel Grauls, Het paard van Ferrari (2003), Uitgeverij Balans en Van Halewyck, Amsterdam