Pluspunten
|
| Motor |
| Koppel |
| Exclusief karakter |
| Afwerking |
| Cardan |
Minpunten
|
| Vering |
| Gewicht |
| Wendbaarheid |
| Plaats passagier |
In 2004 werd de Rocket III, de seriemotor met nog steeds de grootste cilinderinhoud, in
productie genomen. Nu krijgen de Classic en de Touring er met de Roadster een broertje bij.
Op die manier wordt er een vervolg
gebreid aan de Rocket III-saga, die al in
1998 begon. De feitelijke ontwikkeling
van de Triumph Rocket III duurde vier
jaar en voor het design tekende John
Mockett.
De motor werd vooral ontworpen voor
de Amerikaanse markt. Het moet dus
niet verbazen dat de Britten nu uitpakken
met een specifieke roadsterversie,
die in de eerste plaats aan die Amerikaanse
verzuchtingen tegemoetkomt.
Robuust
Deze Triumph valt op door zijn
robuuste design. De radiator voor de
motorkoeling is ronduit imposant.
Twee grote koplampen bepalen vooraan
het uitzicht van deze reus. Het
stuur is dat van een custom geworden
en meer dan vroeger vang je wind. De
voetsteunen werden verplaatst en zorgen
voor een betere beheersing van
deze machine. Het zadel is comfortabel
voor de bestuurder, maar de passagier
moet met veel minder tevreden
zijn.
In het stevige kader overheerst het zeer
goed zichtbare motorblok. De drie
cilinders zorgen voor voldoende
kracht.
De watergekoelde driecilinder
behoudt zijn record. Zijn exacte cilinderinhoud
bedraagt 2.294 cc en in
motorland doet niemand beter. Het
afgeleverde vermogen is er met 148 pk
of 109 kW een stuk op vooruitgegaan.
Zijn top bereikt hij bij het lage toerental
van 5.750 toeren per minuut. Veel spierwerk wordt geleverd door het
recordkoppel dat nu verhoogd werd
tot 22,1 Newtonmeter bij slechts 2.750
toeren per minuut.
Een vernuftige elektronische injectie
zorgt voor de brandstoftoevoer. De
overbrenging wordt toevertrouwd aan
een bak met vijf versnellingen, voor de
secundaire overbrenging zorgt een
cardanas.
Vliegend tapijt
Deze Rocket III beschikt over
een aantal leuke rijeigenschappen.
Zeker op een
ideaal rijparcours, komt
hij goed uit de verf.
Onder ideaal verstaan
we dan niet te bochtige
wegen met een nagenoeg
perfect wegdek.
Het is dan puur genieten.
De motor is erg soepel en bijwijlen
heb je het gevoel op een
vliegend tapijt te zitten. Windgevoelig
is de Triumph zeker niet. Zijn rijklare
gewicht van 367 kg maakt dat je muurvast
op de weg blijft. Doordat hij naakt
is, ben je wel een doelwit voor slechte
weersomstandigheden.
Zijn natuurlijke vijanden zijn slecht
onderhouden wegen. De achtervering
weet echt geen raad met diepe putten.
De enige remedie hier is je schrap zetten
en je snelheid aanpassen.
In de scherpe bochten is de beperkte
vrije hoogte de spelbreker die je belet
diep in de bocht te gaan hangen. Zonder
echt wendbaar te zijn, verzekert de
vernieuwde rijzit een groter rijplezier.
In de stad kun je makkelijk de laagste
snelheden aanhouden. De zijsteun is
een bondgenoot bij het parkeren, maar
het achteruitduwen vergt toch buitengewoon
gespierde kuiten.
Op de snelweg presteert deze roadster
zoals we dat van hem verwachten:
onder alle omstandigheden stabiel en
klaar om moeiteloos een hoge gemiddelde
snelheid aan te houden. Je kan
bovendien onbegrensd tappen uit het
grote vermogensvat en met dergelijk
koppel is defensief rijden een
ordewoord.
Bovendien zorgen de drie
krachtige schijfremmen
in combinatie met het
ABS-systeem voor een
voortreffelijk remgedrag.
Stijlvol
Deze Triumph toont ook in
de details zijn goede smaak. We
denken dan aan de mooie velgen en de
originele spaken. Of aan het knap
ogende instrumentenbord, dat stijl
verkiest boven goedkope franjes. De
snelheidsmeter en toerenteller zijn
nog lekker klassiek.
Het verbruik van de 2,3 liter valt al bij
al mee. Wanneer je normaal rijdt met
de Rocket III volstaat 7,7 liter om
100 kilometer af te leggen. De benzinetank
is wel met 1 liter gekrompen.
Deze exclusieve machine kost 16.790
euro en dat is niet eens overdreven.
Jos Gryseels
Bron: Magazine